Pagina's

zondag 4 november 2012

Driehoek - Vierkant - Cirkel



 De driehoek, vierkant en cirkel kennen we natuurlijk als mathematische figuren – in de Griekse oudheid beschreven mathematici als Euclides en Pythagoras deze en aanverwante figuren reeds en gaven voorbeelden van het berekenen van een zijde of een hoek van dergelijke figuren.

In Aikido en in Zen wordt er op een andere manier naar deze drie figuren gekeken.  In beiden gaat het meer om een soort schematische of symbolische weergave van de werkelijkheid.  De grondlegger van Aikido, Ueshiba Morihei O Sensei, gebruikte de drie figuren om het doel en de methode van Aikido uit te leggen. Hij baseerde zijn uitleg vooral op Shinto en Boeddhisme. De bekendheid met de drie figuren als Zen-symbolen is tegenwoordig  vooral te danken aan de Zen monnik Sengai. Zijn calligrafie van de in elkaar overlopende driehoek, vierkant en cirkel is ontelbare keren opgenomen in tijdschriften, boeken, documentaires en allerlei andere publicaties.

Cirkel, Driehoek en Vierkant door Sengai
Een Boeddhistische benadering.
In de Westerse traditie staat “verlichting” voor het inzicht dat de mens een rationeel wezen is – een homo sapiens.  In de Boeddhistische traditie is rationele of intellectuele bewustzijn slechts een van de mogelijke vormen van bewustzijn.  Het streven van de boeddhist is gericht op een ander soort verlichting; het inzicht dat het zelf samenvalt met de werkelijkheid, dat het eigen bewustzijn niets anders is dan Boeddha-natuur.  Het principe van de trikaya (drie lichamen) probeert dit verduidelijken:

Nirmanakaya  Getransformeerd of geboren lichaam. Het fysieke lichaam van Boeddha , een menselijke Boeddha, met het lichaam van een mens als ieder ander.   

Sambhogakaya  Het gezegende lichaam, het vreugdevolle lichaam. Het is een spiritueel meer gevorderd lichaam zoals we dat bij een bodhisattva voorstellen. In dit stadium kunnen zich visioenen voordoen of goede gedachten die uiteindelijk kunnen leiden naar Dharmakaya.

Dharmakaya  De belichaming van de Dharma zelf,  Boeddha en dharma zijn een en dezelfde. Het is de ultieme vorm van bewustzijn.

We kunnen dit zien als de drie manifestaties van Boeddha, maar het wordt vooral gebruikt om de drie stadia mee aan te geven die de leerling moet door gaan om tot dit bewustzijn te komen.  Als stadia gezien  zullen budoka het als “shu, ha, ri” en aikidoka het als “gotai no keiko, jutai no keiko en ryutai no keiko”  herkennen.
Bodhidharma (Ta Mo in het Japans) wijst in zijn geschrift Shao Shih Liu Men (Geringe Overwegingen omtrent de zes poorten) echter op een vierde stadium – het stadium waarbij men ook de leer van de Trikaya achter zich laat en daarmee ieder besef van Boeddha en Dharma. Dit stadium heeft zelfs geen aanduiding of naam – zij die het bereiken spreken slechts over de leegte, het niets.  In zijn lessen benadrukt hij het direct wijzen naar de waarheid en het directe inzicht van de leerling en bekritiseert hij in feite elke methode waarbij gebruik gemaakt wordt van sutra, overgeleverde teksten, rituelen, e.d. Dit is sindsdien een belangrijk kenmerk van Zen-Boeddhisme geworden en Bodhidharma wordt beschouwd als de grondlegger van deze Boeddhistische school.

Sengai Gibon (1750 – 1837) was een zen monnik en een fameus beoefenaar van Shodo (de weg van de gepenseelde calligrafie). Zijn verwijzingen naar de betekenis van de calligrafie is tweeledig; de eerste herinnert aan de Tao Te Ching van Lao Tse (Roshi in het Japans):

De cirkel staat voor het oneindige, het is uit het oneindige waar alles uit voortkomt. Het vormt de basis van alles dat leeft.  Toch is het oneindige zelf vormloos.

Mensen beschikken over zintuigen en intellectuele vermogens en verlangen tastbare vormen.
Vandaar de driehoek – de driehoek is het begin van alle vormen.

Uit de driehoek ontstaat eerst het vierkant.
Het vierkant is een verdubbeling van de driehoek.
Dit verdubbelings-proces zet zich eindeloos voort en leidt tot de “tienduizend dingen” (d.w.z. het universum).

De tweede uitleg is een verwijzing naar het Shingon Boeddhisme dat in Japan grote invloed heeft gehad op het gedachtengoed van Shinto en zelfs hier en daar tot een versmelting van beide spirituele paden leidde. De grote schrijnen in Kumano die Ueshiba Morihei O Sensei regelmatig bezocht waren en zijn allen zowel aan een of meer Shinto kami gewijd als aan een of meer verschijningen van Boeddha:

De driehoek staat voor de mens in zijn drie aspecten;  Fysiek, Oraal (of intelectueel) en mentaal (spiritueel).

Het vierkant  staat voor de zichtbare wereld die samengesteld is uit de vier elementen ; aarde, water, vuur en lucht.

De cirkel staat voor de Dharmakaya, het is het ware, het echte, het oorspronkelijke, de vormloze vorm waar alles uit voortkomt en alles weer naar terugkeert, leegte. Het is het symbool voor het eerste element ruimte / hemel / leegte.  Het element staat bekend als Akasha,  dat glanzend en helder betekent.  Het element kennen we daarnaast als ether of als geest. De cirkel als symbool voor Dharmakaya wordt ook geassocieerd met een spiegel; een spiegel is zuiver en schoon en daardoor instaat te weerspiegelen en het bezit wijsheid daar het de werkelijkheid reflecteert in al zijn aspecten zonder te oordelen.

Het boek Gorin no sho (het boek van de vijf ringen) van de samurai Miyamoto Musashi  bestaat uit vijf hoofdstukken die verwijzend naar deze vijf elementen getiteld zijn;  Chi no Maki (het boek van Aarde),  Mizu no Maki (het boek van Water),  Hi no Maki (het boek van Vuur), Kaze no Maki (het boek van de Wind) en Ku no Maki (het boek van Leegte). Zijn concluderende woorden luiden;  In Leegte is er het goede en er is niets kwaads.  Zodra er wijsheid, redelijkheid en de Weg aanwezig zijn, is er Leegte (ku).  

Miyamoto Musashi
Sengai zelf refereerde ook naar de Leegte als ultieme doel met zijn uitspraak; "Mijn spel met penseel en inkt is geen calligrafie , noch is het schilderen. Toch menen onwetende mensen ten onrechte; dit is calligrafie, dit is schilderen".

Over O Sensei’s benadering van de drie mathematische figuren later meer. Voor nu is het belangrijk om te beseffen dat geen van de hier bovengenoemde beschrijvingen hem vreemd waren.  Hij groeide op met de spirituele zienswijzen van o.m. Zen- en Shingon Boeddhisme, Shinto en Taoisme, met Shugendo en shamanisme en met de leer van het Neo Confucianisme.

Tom Verhoeven
Auvergne, herfst 2012 
  

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen